‘Uitvoering adolescentenstraftrecht kan beter’

De uitvoering van het adolescentenstrafrecht lijkt in de praktijk te werken zoals het is bedoeld. Tussen het Openbaar Ministerie, de reclassering, het NIFP en de rechterlijke macht lijkt vaak overeenstemming te zijn voor welke jongvolwassen daders een jeugdtraject dient te worden ingezet. Toch zijn er aandachtspunten ter verbetering van de uitvoering, blijkt uit twee studies van het WODC. Op 1 april 2014 is het adolescentenstrafrecht in Nederland ingevoerd, waarin 18- tot 23-jarigen worden bejegend volgens het jeugdstrafrecht. Omdat bij sommige jongvolwassen daders hun ontwikkeling nog niet is voltooid, zouden ze meer baat hebben bij het jeugdstrafrecht (pedagogisch georiënteerd) dan bij volwassenenstrafrecht (vergelding). Sinds 2014 is het aantal strafzaken tegen 18- tot 23-jarigen waartegen het jeugdstrafrecht is opgelegd gestegen tot (vorig jaar) ongeveer 5 procent. Het WODC onderzocht hoe de toepassing van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen in de praktijk wordt uitgevoerd. In de verschillende fasen van vervolging, advisering, berechting en tenuitvoerlegging zijn praktijkprofessionals geïnterviewd over de gang van zaken. De uitvoering in de praktijk lijkt in overeenstemming te zijn met de beoogde aanpak van het adolescentenstrafrecht. Maar er zijn ook aandachtspunten. Zo vindt de selectie van jongvolwassenen die in aanmerking komen voor het jeugdstrafrecht al vroeg in de keten plaats. Op dat moment is informatie over de persoonskenmerken van de jongvolwassen verdachte vaak nog beperkt. Pas later adviseert de reclassering en/of het NIFP (Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie) uitgebreid over de achtergrond en mogelijke persoonlijkheidsproblematiek van de jongvolwassene. Ook komen de indicaties en contra-indicaties voor het toepassen van het jeugdstrafrecht door de strafrechtelijke keten heen niet altijd overeen. Sommige praktijkprofessionals menen dat bij ernstige misdrijven het toepassen van het jeugdstrafrecht bij jongvolwassenen niet passend is, maar het adolescentenstrafrecht biedt die mogelijkheid juist wel. Verder vraagt de advisering door de reclassering meer inspanning bij jongvolwassenen die zouden moeten worden berecht volgens het jeugdstrafrecht dan wanneer het volwassenenstrafrecht zou worden gevolgd. Het lijkt soms ook lastig om geschikte en beschikbare jeugdhulp te organiseren voor jongvolwassenen die een jeugdsanctie krijgen opgelegd. Tot slot lijken de praktijkprofessionals die te maken krijgen met jongvolwassen verdachten voornamelijk expertise te hebben in het volwassenenstrafrecht en is er minder ervaring met het jeugdstrafrecht. In een tweede studie zijn de achtergronden en criminele carrières van jongvolwassenen die volgens het jeugdstrafrecht zijn berecht onderzocht. Het bericht ‘Uitvoering adolescentenstraftrecht kan beter’ verscheen eerst op Mr. Online.
mr online
30-10-2018 13:16