Europese Commissie tikt Nederland op de vingers

Nederland moet van de Europese Commissie op vijf punten de nationale regels aanpassen, zodat ze in overeenstemming zijn met het Europese recht. De Commissie publiceerde op 7 maart haar zogenoemde inbreukenpakket. Zo heeft Nederland Europese regels over slachtofferrechten en de bestrijding van witwassen nog niet (voldoende) omgezet in nationale regels. Samen met twaalf lidstaten moet Nederland eindelijk eens de richtlijn slachtofferrechten omzetten in nationale regels – iets wat in november 2015 al had moeten zijn gebeurd. Deze regels geven slachtoffers (van alle strafbare feiten, ongeacht hun nationaliteit en ongeacht waar in de EU het strafbare feit heeft plaatsgevonden) duidelijke rechten op toegang tot informatie, deelname aan strafprocedures en ondersteuning en bescherming. Zij waarborgen tevens dat kwetsbare slachtoffers aanvullende bescherming kunnen krijgen tijdens strafprocedures. Ook gaat Nederland in Brussel over de knie (met zeven andere lidstaten) omdat EU-regels ter bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering (de vierde anti-witwasrichtlijn) nog niet volledig heeft omgezet in nationaal recht. Dat had al in juni 2017 moeten zijn gebeurd. Niet alleen op strafrechtgebied blijft Nederland nalatig. Een andere inbreukbeslissing van de Europese Commissie gaat over de milieueffectbeoordeling. In Nederland lijken bepaalde vereisten over kwaliteitsborging te ontbreken, en ziet de wetgeving alleen op projecten met significante negatieve effecten, terwijl alle significante effecten van een project moeten worden bestreken. Ook Bulgarije, Kroatië, Frankrijk en Polen moeten hun milieueffectbeoordelingswetgeving in overeenstemming brengen met de nieuwe milieueffectbeoordelingsrichtlijn. Bijna geen enkele EU-lidstaat zorgt ervoor dat beroepsbeoefenaren ten volle kunnen profiteren van eengemaakte markt. Ook tegen Nederland worden verdere stappen gezet in de inbreukprocedures, om ervoor te zorgen dat de EU-regels over de erkenning van beroepskwalificaties volledig ten uitvoer worden gelegd. De nationale wetgeving en rechtspraktijk stroken niet met de EU-regels over de erkenning van beroepskwalificaties. Tot slot heeft Nederland (met Finland) de zogeheten PNR-richtlijn nog niet omgezet in nationale regels. Dat had al op 28 mei 2018 moeten zijn gebeurd. PNR-gegevens (Passenger Name Record data) betreft informatie die bij het boeken en inchecken door passagiers aan luchtvaartmaatschappijen wordt verstrekt. Luchtvaartmaatschappijen moeten dat aan de autoriteiten van de lidstaten overdragen, deze verwerken de gegevens voor rechtshandhavingsdoeleinden. Deze richtlijn is een essentiële bouwsteen voor de Europese Veiligheidsunie. Nederland heeft in al deze kwesties twee maanden de tijd om te reageren op de argumenten die de Commissie heeft aangevoerd. Als er geen bevredigend antwoord komt, kan de Commissie besluiten Nederland voor het Hof van Justitie van de EU te dagen. Het bericht Europese Commissie tikt Nederland op de vingers verscheen eerst op Mr. Online.
mr online
11-03-2019 13:38