Rvdr: verander pij-maatregel niet in jeugd-tbs

Er moet geen jeugd-tbs worden gemaakt van behandelmaatregel ‘pij’, waarbij minderjarigen die een ernstig misdrijf hebben gepleegd in een inrichting worden geplaatst. Dat schrijft de Raad voor de rechtspraak in zijn advies over het wetsvoorstel voor de Invoeringswet USB. Daarin wordt de pij-maatregel volgens de raad zo gestroomlijnd met tbs voor volwassenen, dat het bijzondere opvoedkundige karakter van het jeugdstrafrecht mogelijk uit het oog wordt verloren. Het wetsvoorstel beoogt het systeem van de uitvoering van straffen te veranderen, om zo de kans te vergroten dat door de rechter opgelegde straffen effectief en tijdig worden uitgevoerd. Verschillende wijzigingen in deze technische wet gaan over het stroomlijnen van de pij-maatregel met de maatregel terschikkingstelling (tbs). Dat de minister ook belangrijke inhoudelijke veranderingen heeft aangebracht over de pij-maatregel, tbs en verjaring van opgelegde straffen stuit bij de raad op grote bezwaren. Strijd met beginselen jeugdstrafrecht In het wetsvoorstel staat onder meer dat de verjaringstermijnen van alle onherroepelijke straffen en maatregelen zullen vervallen. Dit geldt ook voor ontnemings- of schadevergoedingsmaatregelen die zijn gekoppeld aan veroordelingen voor strafbare feiten. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen straffen die zijn opgelegd in het jeugdstrafrecht en de op grond van het volwassenenstrafrecht opgelegde straffen. Veroordeelden kunnen daardoor tijdens hun hele leven geconfronteerd worden met een ooit eerder opgelegde straf. Volgens de raad is dat in strijd met de beginselen van het jeugdstrafrecht. Daar opgelegde straffen en maatregelen hebben in verreweg de meeste gevallen vooral een pedagogisch doel, dat aansluit bij de ontwikkeling van verdachten. Dat doel is belangrijker dan het punitieve karakter van de straffen waarop in het commune strafrecht de nadruk ligt. Het opvoedkundige doel wordt volgens de raad alleen gediend wanneer straffen en maatregelen binnen een afzienbare termijn ten uitvoer worden gelegd. “Pij moet in het belang zijn van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling, terwijl tbs veel meer bedoeld is om de samenleving te behoeden voor gevaar. Als pij verandert in jeugd-tbs drukt dat een stempel op kinderen, alsof ze voor altijd misdadigers zijn. Dat belemmert een gunstige ontwikkeling”, licht kinderrechter Susanne Tempel het advies van de raad toe. Opheffing van de verjaringstermijnen is volgens de raad bovendien niet nodig. Volgens de raad zijn er al allerlei mogelijkheden die ervoor zorgen dat veroordeelden hun straf op tijd uitzitten. Volgens de raad zou er meer aandacht moeten zijn voor de verdere verbetering van die uitvoering van straffen. De raad vraagt minister Dekker (Rechtsbescherming) daarom in het bijzonder om de voorstellen voor afschaffing van de verjaringstermijnen en de verandering van de pij-maatregel in jeugd-tbs te heroverwegen. Eerder geuite bezwaren Ook de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) uitte in zijn advies van 29 maart 2019 al bezwaren. Volgens de RSJ leidt stroomlijning van de pij-maatregelen met tbs tot fundamentele wijzigingen die niet in een invoeringswet thuishoren. Ook de RSJ acht het van belang dat de pedagogische grondslag behouden blijft. Het bericht Rvdr: verander pij-maatregel niet in jeugd-tbs verscheen eerst op Mr. Online.
mr online
14-05-2019 13:57